Preek van de week

De arme Olympische sporters hebben geen publiek. Jaren getraind voor een topprestatie en nu ontbreekt het publiek. Het kan op zich wel zonder, maar publiek geeft vleugels die een individu alleen niet heeft.

Een christen is ook gebaat bij publiek, d.w.z. de kracht van de groep kan de enkeling over hobbels tillen waar hij alleen niet overheen komt. Momenteel hebben wij geen enthousiast publiek. Als mensen naar de kerk gaan, zien ze links en rechts plukjes mensen zitten.

Jezus had in het evangelie wel publiek. Ongeveer vijfduizend mannen. Toch zat dáár niet zijn kracht in. We weten van vorige week dat Jezus eigenlijk de stilte opzocht met zijn leerlingen. Ook na de broodvermenigvuldiging trok Hij zich in het gebergte terug, geheel alleen.

Met de kleine schare gelovigen in onze parochie, zijn we toch niet kansloos. We hoeven ons niet te vergelijken met die vijfduizend. We kunnen onszelf ook vergelijken met de vijf broden en de twee vissen, die Jezus kreeg van een kind. Dit is niet de tijd van massaal christendom. Dit is de tijd van brokken. D.w.z. ieder van ons kan een bescheiden gave zijn voor de Heer. En daarmee kan de Heer velen voeden.

Twee dingen zijn nodig om een brok voor de Heer te zijn. Dat wij onszelf aan Hem geven als wij samenkomen om te bidden. We realiseren het ons niet altijd, maar we vieren de Eucharistie niet alleen om Hem te ontvangen, maar ook om ons aan Hem te géven. Hoe lang is het geleden dat wij tegen de Heer gezegd hebben: ‘Heer, hier is mijn leven. Ik geef het aan u.’? Wij worden geroepen om ons persoonlijk en als gemeenschap aan de Heer te geven, opdat Hij ons kan vermenigvuldigen.

Het tweede dat nodig is, is de bereidheid om aangenaam te smaken in de mond van onze broeders en zusters. Paulus geeft daartoe de handreiking: ‘Leid je leven in deemoed en zachtheid, in lankmoedigheid, liefdevol elkaar verdragend; één van geest door de band van de vrede.’

Als we zo christen zijn, hebben we nog steeds geen groot publiek, maar we zijn wel vruchtbaar. We voeden de wereld om ons heen, zoals Christus ons voedt. We worden dan a.h.w. levende hosties. Denk maar aan wat Ghandi zei: ‘Als de christenen zouden leven zoals in het evangelie staat, zou ik ook christen worden.’ Er lopen genoeg Ghandi’s rond in onze tijd. Door ons geloof kunnen wij hen voeden. En door Gods genade kunnen zij tot geloof komen. Amen.