De Heer Jezus toont zich een ware Meester, een Leraar. Twee van zijn leerlingen gaan wég van Jeruzalem, gedesillusioneerd. Jezus dwingt hen niet om terug te gaan, maar Hij steekt hun hart in brand. Hoe krijgt de Heer dat toch voor elkaar? Het valt op dat Jezus eerst een vraag stelt. Dat brengt de Emmausgangers tot stilstand. Het was een impertinente vraag. Zeker voor een vreemdeling. ‘Waar hebben jullie het met elkaar over?’ Maar het was ook een open vraag, belangstellend.
En Jezus luisterde naar het antwoord. Wat de leerlingen zeggen, verraadt vertwijfeling. Hoe kon het allemaal zo fout zijn gegaan? Jezus legt dan uit dat het niet fout was gegaan, maar dat het precíes zo bedoeld was. En ondertussen komen de leerlingen weer in beweging. Ze naderen Emmaus. Jezus doet alsof Hij verder moet gaan. Maar ze kunnen Hem niet meer missen; ze willen dat Hij bij hen blijft. En dat is het moment van de overgang. Op hun uitnodiging om bij hen te blijven, neemt Jezus de leiding over. Hij stelt een eucharistisch gebaar: brood nemen, zegenen, breken en uitdelen. En de leerlingen zien wie de vreemdeling is: Jezus! Dat is genoeg voor de Heer. Hun geloof is hersteld en Hij verdwijnt uit hun ogen. Op naar de volgende leerlingen.
De weg die Jezus met mensen gaat, zit vol lessen. Mensen zitten soms zo vol teleurstelling en onbegrip, dat hun geloof geblokkeerd is. Dan helpt het niet om meteen te onderrichten. Laat ze maar uitpraten. Luister naar hen. Een goede vraag stellen doet meer dan een vluchtig antwoord geven. Een goede vraag brengt tot stilstand. Van een goede vraag raak je echt even van je apropos. En dan kan het onderricht beginnen. Dan komt er pas beweging in de geest, in plaats van het rondjes draaien rond dezelfde pijnpunten.
Het mensenhart is niet gemaakt om rondjes te draaien. Het is gemaakt voor de vrijheid, voor het goede. En harten komen tot rust als Jezus hen voedt aan zijn tafel. Zij zijn het die de stap moeten zetten, Hem uitnodigen. En dan kan Hij de Gastheer zijn. Mensen zeggen dat ze naar de kerk moeten gaan is goed. Maar een stuk met hen meelopen en het verlangen naar Jezus in hen opwekken is beter. Mogen wij zo in de paastijd anderen bezielen.
‘Heer Jezus, geef ons goede vragen voor anderen.
Ontsluit voor hen opnieuw de Schriften. En wij zullen U met hen herkennen
bij het breken van het brood. Amen, alleluia.’
Voorbede:
Voor de herders van de Kerk, dat zij de harten van de mensen doen branden bij het ontsluiten van de Schriften. Laat ons bidden.
Voor de politieke leiders, dat zij zich openstellen voor goede vragen, die leiden tot inzicht en moed. Laat ons bidden.
Voor onze communicanten, dat zij de Heer mogen herkennen bij het breken van het Brood. Laat ons bidden.
Voor de christenen die vertwijfeld zijn geraakt, dat zij durven spreken met de Heer die hun ogen kan openen. Laat ons bidden.
Voor het welzijn van de parochie en voor onze dierbare overledenen, dat zij opgewekt worden uit het dodenrijk. Laat ons bidden.



