Echte vrienden zijn altijd welkom, al komen ze niet gelegen.
Dieven zijn nooit welkom en komen altijd ongelegen.
Is dat niet de kernboodschap van het evangelie? Laat de Heer voor jou geen Dief zijn maar een Vriend. Dan kun je gerust leven. Dan is de Heer altijd welkom.
Paulus leert ons hoe dat er concreet uitziet. Geen gebras en gebral. Die leiden tot ontucht en ruzie. Ze maken onze ziel vijandig. En dán wordt de Heer een Dief voor ons.
Zich daarvan onthouden is eigenlijk nog maar het begin, de ondergrens. Echte vriendschap zoekt de bovengrens – het geluk van de vriend. Op eigen kracht kunnen we niet zo veel, maar door de inspiratie van de vriendschap krijgen we vleugels.
We kunnen gewoon kijken naar hoe aardse vriendschap zich ontwikkelt; door tijd met elkaar door te brengen. Zo is het ook met Christus. Tijd besteden aan Hem, aan zijn woorden en zijn werken. De Advent wil daarvoor een gunstige tijd zijn.
‘U heeft makkelijk praten, pastoor. Ik kan niet zoveel tijd vrijmaken voor de Heer. Ik moet werken, zorgen voor het gezin, de huur opbrengen of de hypotheek afbetalen.’ Dat is waar. Daarom bid ik ook voor jullie. Dat is mijn taak.
Sta me toe dat ik toch wijs op St. Jozef. Die werkte ook. Maar hij leefde met Christus. Hij leefde vóór Christus. En Paulus? Die was een tentenmaker. En tegelijk apostel. Het gaat om de balans. St. Benedictus zei: Ora et labora. Bid en werk. Laat het werk je niet helemaal opslokken, maar neem voldoende tijd voor ontspanning en gebed.
Als we werk, ontspanning en gebed bekijken, dan heeft de tijd voor ontspanning de plaats ingenomen van gebed. Relaxa et labora lijkt het wel voortaan. Niet bid en werk, maar ontspan je en werk. Als het uitkomt steken we af en toe nog wel een kaarsje op.
Broeders en zusters, alleen werk en ontspanning kunnen niet de innerlijke vrede geven die kenmerkend is voor de vrienden van de Heer. Zij werken voor de Heer, bidden tot de Heer en in de tijd die over is kunnen ze zich ontspannen. En dat doen ze óók voor de Heer, d.w.z. zonder dwaasheid. Als ontspanning de overhand neemt, wordt werken een frustratie en bidden een saaie bedoening. Dat geldt trouwens ook voor pastoors.
We zien het gebeuren: mensen werken steeds harder en het amusement moet navenant zijn. Een paar mensen worden daar heel rijk van en de massa loopt leeg als een ballon. Want het is niet onze bestemming, alleen maar werken en ontspannen. We zijn op aarde om God en de naaste lief te hebben en daardoor hier en in het hiernamaals gelukkig te worden. Daarom is het gebed zo belangrijk, voor oud en jong. Voor werkenden en gepensioneerden, voor priesters en leken.
We gaan de Advent beginnen. Laten we elkaar helpen en voor elkaar bidden. Dat het een tijd van genade mag zijn, waarin de Heer voor ons geen Dief is maar een Vriend. Amen.
Voorbede:
Om zegen over de reis van Paus Leo door Turkije en Libanon, dat het licht van het evangelie velen mag bereiken. Laat ons bidden.
Voor de vorming van een goede regering in ons land, die de menselijke maat in acht neemt in plaats van onzekere modellen te volgen. Laat ons bidden.
Voor onszelf, dat wij openstaan voor de gave van het gebed, om te kunnen leven voor God en de medemens. Laat ons bidden.
Om zegen over de Advent in onze parochie, dat wij anderen helpen om de weg naar Bethlehem te vinden. Laat ons bidden.
Voor de slachtoffers van de brand in Hongkong, voor de dopelingen en onze overleden dierbaren, dat zij veilig mogen zijn in het Huis van de Heer. Laat ons bidden.





