In het Paastriduüm bezinnen we ons op de betekenis van het Doopsel, telkens gecombineerd met een aspect uit het leven van St. Franciscus van Assisi, vanwege het 8e eeuwfeest van zijn sterfdag.
Op Witte Donderdag hebben we de band beschouwd tussen het Doopsel en de Eucharistie. Iemand moet eerst tot het Lichaam van Christus toetreden door het Doopsel, voordat hij het Lichaam van Christus kan ontvangen in de Communie. En door de Eucharistie krijgt hij kracht om te getuigen van zijn geloof, net als Franciscus van Assisi.
Op Goede Vrijdag hoorden we in het passieverhaal dat bloed en water stroomden uit het hart van de Heer, als verwijzing naar de sacramenten van Doopsel en Eucharistie. Al wie Christus belijdt als Zoon van God, zoals de Romeinse honderdman, krijgt deel aan het nieuwe leven. Vanuit dit geloof worden de viering van het Doopsel en de Eucharistie vruchtbaar.
Wie zegt ‘vruchtbaarheid’ zegt ‘heilige Geest.’ Als iemand op volwassen leeftijd gedoopt wordt en voor het eerst de Eucharistie volledig meeviert, ontvangt hij ook meteen het sacrament van de Geest, het Vormsel. De Geest van God zweefde over de aarde toen alles nog duister en chaos was. Door de Geest bracht God orde aan en gaf Hij leven. Het is de Geest die het water heiligt en vruchtbaar maakt, zodat er nieuwe kinderen Gods uit opstaan. En zij worden op hun voorhoofd gezalfd met chrisma, zodat zij de gave van de Geest ontvangen.
Maar, maar, maar…Als het echt zo is, waarom kunnen we het dan niet zien? We kúnnen het zien, maar met de ogen van de ziel. Hier is het getuigenis van St. Franciscus zo waardevol voor de moderne mens. De moderne mens kan moeilijk voorbij het materiële kijken. Voor Franciscus begon de echte waarde pas waar de rijkdom ophield. In de eerste biografie staat: ‘Doordat Franciscus al het geschapene zag met de heldere ogen van een duif, onbevangen en zonder enige bijbedoeling, en alles beschouwde met vergeestelijkte blik, bracht hij alles in verband met de Maker ervan en herkende hij er de Schepper in; en omdat hij God in alles ook beminde en verheerlijkte, mocht hij, door Diens goedertieren vrijgevigheid, in God alles en alles in God bezitten.’
Met andere woorden: hebben we God, dan hebben we alles. Hebben we God niet, dan is niets genoeg om Hem te vervangen. Maikel en Mario, jullie ontvangen vanavond God. En Christus. En de heilige Geest. Het is teveel om te bevatten. Jullie zullen een leven lang verrast worden door wat dit allemaal betekent. Moge de goede God voltooien wat Hij in jullie begonnen is. We gaan met jullie op weg, als broeders en zuster. Amen, alleluia.

