In het Paastriduüm bezinden we ons op de betekenis van het Doopsel, telkens in samenhang met een aspect uit het leven van de heilige Franciscus van Assisi, vanwege de herdenking van de 800e sterfdag.
Op Witte Donderdag belichtten we de band tussen het Doopsel en de Eucharistie. In het passieverhaal op Goede Vrijdag hoorden we hoe bloed en water uit het hart van de Heer stroomden, als verwijzing naar de sacramenten van Doopsel en Eucharistie.
Paaszaterdag vormt het einde van de veertigdagentijd. Aan het begin van de Paaswake worden het nieuwe vuur en de paaskaars gewijd: een licht dat de duisternis verdrijft en symbool staat voor leven en vernieuwende kracht. Bij het binnengaan van de kerk wordt de paaskaars gedragen als teken van Jezus, die het duister overwint.
Driemaal wordt gezongen: Lumen Christi (Licht van Christus), waarop geantwoord wordt:
Deo gratias (God zij dank)
Dit jaar mochten wij in de paaswake met grote vreugde getuige zijn van een bijzonder moment: twee jonge mannen werden, na een lange en zorgvuldige voorbereiding, gedoopt en ontvingen tevens het Heilig Vormsel.
Van harte feliciteren wij hen met deze belangrijke stap in hun geloofsleven.
Moge het licht van Christus hen altijd begeleiden, hen kracht en vertrouwen schenken, en hen helpen om te groeien in liefde, hoop en geloof.
Welkom in onze geloofsgemeenschap!

